Opbouw van de stages
Onze stages zijn bedoeld om algemene (arbeids)competenties te leren en te oefenen.
Het gaat om:
1. Eigen werk voorbereiden
2. Eigen werk uitvoeren
3. Veilig en milieubewust werken
4. Zorgdragen voor kwaliteit
5. Samenwerken
6. Communiceren
7. Klantgericht handelen
8. Omgaan met problemen
9. Sterke punten nog sterker maken
10. Een goede werknemer zijn
Stage binnen school
In het tweede leerjaar beginnen leerlingen al aan het eerste stuk van hun binnenschoolse stage. Ze voeren taken uit binnen school, zoals kopiëren, helpen bij de voorbereidingen voor de verkoop van eten en drinken in de lunchpauze en kleine onderhoudswerkzaamheden. In het derde leerjaar lopen de leerlingen stage in een nagebootste werksituatie. In de loop van het jaar gaat dit over in een snuffelstage. De leerling maakt kennis met verschillende branches en leert hoe een werkdag in een bedrijf eruitziet.
Stage buiten school
Als leerlingen 15 zijn, mogen ze één dag gaan stage lopen bij een bedrijf of instelling. Of een leerling daaraan toe is, bekijken we in een stage-assessment. Dit bestaat uit een kennismakingsgesprek, enkele arbeidsproeven en een beroepeninteressetest.
Beroepsopleidende stage
In het vierde jaar gaan leerlingen twee dagen per week op stage en in het vijfde leerjaar drie dagen per week. Uiterlijk in het vijfde leerjaar beginnen leerlingen aan een beroepsopleidende stage. Die is erop gericht een definitieve werkplek te vinden.