De stage van David

De stage van David bij De Egelantier, Hilversum

David Strikwerda (16, leerjaar 5):
‘Kok worden is mijn droom’

‘Kok in een restaurant worden, dat is mijn droom. Daarom loop ik stage in de keuken van De Egelantier in Hilversum. Ik leer hier veel. Snijtechnieken zoals brunoise en julienne. En hoe je kunt zorgen dat alle gerechten tegelijk klaar zijn als de mensen komen eten. Eerst de aardappels opzetten en dan iets anders gaan snijden bijvoorbeeld. Het leukst is zelf gerechten maken. Ik heb al Waldorfsalade gemaakt en kipdrumsticks met pommes carré, dat zijn gebakken aardappels in blokjes. Gelukkig kan ik hier nog een hele tijd verder leren. En als ik klaar ben met school, dan wil ik naar het roc. Een diploma is belangrijk.’

Huub Bustin, leermeester van David en kok bij zorgcentrum De Egelantier, Hilversum:   ‘Voordeel van een pro-stagiair zijn de lage kosten’

‘Het werk in een instellingskeuken heeft veel structuur. Niet al het eten komt uit eigen keuken: ongeveer 60 procent is kant en klaar. Elke dag om 12 uur komen de mensen eten, elke middag maken we rauwkost en appelmoes. Vmbo-leerlingen vinden dat saai werk. Leerlingen van het praktijkonderwijs vinden de structuur juist prettig. Zij vinden het meestal niet erg om een taak vaker te doen; zij zien dat bakje sla als een uitdaging. Een ander voordeel zijn de lage kosten. Een vmbo-leerling in de beroepsbegeleidende leerweg komt bovenop de formatie en daar is geen geld voor. Een stagiair uit het praktijkonderwijs kan er altijd wel bij.

Natuurlijk moet je veel investeren in een stagiair. Een leerling uit het praktijkonderwijs heeft begeleiding nodig en dat blijft ook zo. Theorie is niet hun sterkste kant en plannen vinden ze best moeilijk: hoe zorg je dat al het eten tegelijk klaar en warm is?

Goed communiceren met je collega’s is ook een vak apart. Daar ga je het dus over hebben. Maar je hebt er toch iemand bij. Bovendien is het erg leuk om je vak over te dragen. Zeker aan een enthousiaste leerling zoals David. Daar doen we graag wat extra’s voor.

Ik heb een vaste contactpersoon op school. Zie ik gaten in de kennis van leerlingen, is er wat aan de hand met een leerling: ik bel en hij belt terug. Verbazend snel vaak. We hebben echt goed contact.’